‘Integraal werken, dient zowel natuur als landbouw’


Deelgebied Achterste Diep

Landbouw als integraal onderdeel van gebiedsopgaven. Dat is de uitdaging van het pilotproject Achterste Diep. “Boeren gaan bezig met natuurinclusieve landbouw, als hun inkomen op peil blijft”, vertelt Willem Tjebbe Oostenbrink, trekker van de pilot.

Het pilotproject Achterste Diep is onderdeel van het Hunzeprogramma met als doel een groot samenhangend, robuust en klimaatbestendig beeksysteem. De pilot maakt ook deel uit van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. “Hierin is bestuurlijk ruimte geboden voor een vernieuwende integrale aanpak, waarin flexibel wordt omgegaan met begrenzing van NatuurNetwerkNederland (NNN), voorheen EHS”, vertelt Willem Tjebbe Oosterbrink, trekker van de pilot. Het Achterste Diep moet een ecologische verbinding vormen tussen bovenstroomse gebieden Lofar en Paardetangen en het benedenstroomse gebied de Branden. Dit gebied bestaat hoofdzakelijk uit dalgrond en veel akkerbouwbedrijven met in het zuiden wat grasland. “Langs het Achterste Diep ligt nu een NNN-begrenzing van 100 meter aan weerszijden. In de pilot onderzoeken wat het oplevert voor de natuur als we natuur en landbouwgrond meer met elkaar verweven. Samen met boeren die aangrenzende grond hebben, stimuleren we biodiversiteit op een groter areaal met natuurinclusieve landbouw.” 2021 was een verkenningsjaar, de uitvoering van de pilot loopt van 2022 tot en met 2024. “Het idee van het project is om verschillende functies in een gebied te combineren met win-win voor iedereen. Zowel voor agrariërs in het gebied als voor water- en natuurdoelen.”

Veel broedvogels aanwezig

Vorig jaar is gestart met ecologische monitoring van broedvogels en insecten rondom het Achterste Diep door Rijksuniversiteit Groningen en de werkgroep Grauwe Kiekendief. “Hieruit blijkt dat er veel vogels in het gebied zitten. Veldleeuwerik en gele kwikstaart zijn in grote getalen aanwezig, deze akkervogels van het open veld hebben geen struweel nodig. Boeren die akkerranden aanleggen of volvelds kruidenrijk gras inzaaien, trekken juist weer andere vogels aan. Zoals rietgors en grasmus die hierin goed gedijen”, zegt Oostenbrink.

In 2022 hebben acht boeren maatregelen uitgevoerd, dit jaar zijn dat er tien.

Gerard van der Scheer in Bronnegerveen is een van de deelnemers. Hij heeft een gemengd akkerbouw-, loonwerk- en vleesveebedrijf op 130 hectare grond, waarvan 30 hectare eigendom. “Op eigen grond in het projectgebied teel ik acht hectare winterveldbonen. Een extra gewas in het bouwplan verhoogt de biodiversiteit. En vlinderbloemigen, zoals bonen of erwten, binden stikstof uit de lucht. Daardoor heb ik minder kunstmest nodig en de bonen kan ik goed benutten als veevoer voor mijn Blonde d’Aquitaine-vee.” Van der Scheer verkoopt rundvlees aan huis en aan een steakhouse. Voor extensivering van zijn bouwplan en het telen van een eiwitgewas krijgt Van der Scheer een vergoeding vanuit de ecoregeling. In het project doet hij, net als de andere negen deelnemers, mee aan de landbouwkundige monitoring en bodembemonstering, betaald uit het pilotproject.

Landbouwkundige monitoring

De landbouwkundige monitoring geeft informatie over effecten van nieuwe teelten op grondverbetering, nutriënten in de bodem en (schadelijke) aaltjes. Voorafgaand aan een eiwitteelt wordt de bodem bemonsterd op stikstof en aaltjes en na de oogst van een gewas nog een keer. “Vanuit de Regiodeal wisselen we kennis uit met WUR. En ook met RUG, die ook pilots uitvoeren met natuurinclusieve landbouw in andere gebieden. Die kennis kunnen we in ons gebied benutten. Er zijn nu vier boeren die eiwitgewassen telen, veldbonen of erwten. Daar zijn we blij mee, want ze kunnen onderling informatie en ervaringen uitwisselen over de teelt”, zegt Oostenbrink. “Het is nog een experiment om te zien of het lukt om eiwitgewassen ook op veen te kunnen telen.” Vanuit de pilot is een lijst met Natuurinclusieve Landbouwmaatregelen opgesteld met de vergoeding per hectare. “In 2022 was er veel animo voor kruidenrijke akkerranden en wintervoedselakkers. Soms volvelds toegepast of als strokenteelt. Dit jaar zetten we meer in op eiwitteelten om extensivering van bouwplannen te stimuleren. Om subsidie te ontvangen, is dat in het GLB ook verplicht.”

Akkerbouwer Fre Dilling in Drouwenerveen is daar ook mee bezig. Hij teelt naast zetmeelaardappelen, gerst en suikerbieten ook asperges en blauwe bessen. En dit jaar is zijn bouwplan verder uitgebreid met erwten. “Erwten is voor ons een extra eiwitgewas dat weinig kunstmest nodig heeft. Daarnaast heb ik op een incourante punt van een perceel een kruidenrijke akkerrand. Daar is een mengsel van bloemen en kruiden gezaaid en dat draagt bij aan meer insecten en vogels. Mogelijk ga ik ook in het najaar nog ‘vogelvriendelijke wintergerst met behoud van stoppel’ zaaien, met gerst op een grotere rijafstand om vogels in het gewas meer ruimte te geven”, zegt Dilling.

“Inzaai van akkerranden met bloemen-kruidenmengsels op incourante stukken grond levert veel natuur op en kost boeren weinig opbrengst.”

Passende maatregelen

“Het is belangrijk dat natuurinclusieve landbouwmaatregelen goed in een agrarische bedrijfsvoering in te passen zijn”, zegt Oostenbrink. “En dat het verdienmodel van boeren overeind blijft. Kruidenrijke akkerlandstroken van 6 meter breed is dan voor de meeste akkerbouwers een brug te ver. Ze verliezen dan te veel areaal voor suikerbieten of zetmeelaardappelen. Telers komen dan in de knel met hun leveringsplicht en inkomen. Ook kunnen sommige gewassen in de ecoregeling schadelijke aaltjes vermeerderen in zetmeelaardappelen vermeerderen en dan boer je achteruit.” De projectleider ziet wel veel kansen voor maatregelen die de bodem verbeteren, want dat werkt op de langere termijn ook gunstig op gewasopbrengsten. Provincie Drenthe heeft ook grond in bezit die ze inzet bij grondruil voor realisatie van NNN. “Binnen de pilot wordt grondruil ook ingezet bij toepassing van natuurinclusieve landbouwmaatregelen om zo bij te dragen aan biodiversiteit.”